Italiaanse vakantiewoordjes

Een keer was ik 3 keer in een maand in Italië geweest (uitslover). Toen heb ik wel wat Italiaanse vakantiewoordjes geleerd. Man ik heb toe ook echt mijn best gedaan om wat Italiaans te praten. Vind ik zo stoer staan, jaja.

Buon giorno – Goedendag
Buona sera – Goedenmiddag/Goedenavond zeg je na de siësta (16 uur)
Buona notte – Goedenacht/weltrusten
Ciao – hoi (tegen leeftijdsgenoten)
Capito – Ik heb het begrepen
è peccante – Jammer
Comme esta – Hoe gaat het ermee?
Benne – Goed (het gaat goed) Lekker (lekker eten)
Grazzi – Dank je wel
Prego – Alsjeblieft
Arrividecie – Tot ziens
Pronto – zeg je als je de telefoon opneemt
Allora – oke/dus/dan/laten we verder gaan/zeg maar wat je wilt bestellen
Skoezzaa of skoezzie – Sorry
Nessun problema – Geen probleem
Non fa niente – Geeft niet
A dopo – Tot straks
Adio – Vaarwel
Birra a la spina – ?
Carino – Lief
Si – Ja
No – Nee
Aperto – Open (de winkel is open)
Chiuso – Gesloten (de winkel is gesloten)
L’uscita – Uitgang
Parchecchio – parkeren
Domani – Morgen
Dopo – Later
Freddo – Koud (het is koud buiten)
Caldo – Warm
Bere – Drinken
Mangiare – Eten
Abbastanza (da mangiare) – Genoeg (gegeten)
Miste – gemengd (salade bijvoorbeeld)
Benne – Lekker (eten)
Delizioso – Heel lekker
Vino rosso – Rode wijn
Vino bianco – Witte wijn
Acqua naturale – Spa blauw
Acqua frizzante – Spa rood
Donna – Vrouw (toillet)
Uomo – Man (toillet)
Bagno – wc
Quanto costa? – Hoeveel kost dat?
Libero – gratis
Bello – mooi
Ora – Uur
Festa – Feestje
Ajouto – Help

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.